
Jurisprudentie
BF0980
Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200804918/2 en 200805000/4
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200804918/2 en 200805000/4
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 13 mei 2008, nr. 1337603, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Vught (hierna: de raad) bij besluit van 27 september 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Stadhouderspark".
Uitspraak
200804918/2 en 200805000/4.
Datum uitspraak: 11 september 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1. de stichting "Stichting De Groene Koepel" en anderen, gevestigd te Vught,
2. [verzoekers sub 2], allen wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 mei 2008, nr. 1337603, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Vught (hierna: de raad) bij besluit van 27 september 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Stadhouderspark".
Bij besluit van 13 mei 2008, nr. 1337607, heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad bij besluit van 27 september 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Twee percelen oostzijde Kruishoeveweg".
Tegen deze besluiten hebben onder meer de stichting "Stichting De Groene Koepel" en anderen (hierna: de stichting) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2008, [verzoekers sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 juli 2008, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft de stichting de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van het bestemmingsplan "Stadhouderspark".
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2008, hebben [verzoekers sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van beide bestemmingsplannen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 29 augustus 2008, waar de stichting, vertegenwoordigd door J.H. Lam, en [verzoekers sub 2], vertegenwoordigd door [3 gemachtigden], zijn verschenen. Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door M.A. Pullens, G.A.L. van Schijndel en J.H.G. van Engelen, ambtenaren in dienst van de gemeente, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het bestemmingsplan "Stadhouderspark" voorziet in een planologische regeling voor de bouw van ongeveer 650 woningen, de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg Vught-Noord, een school en een sportvoorziening in het noorden van Vught. Bij het bestreden besluit nr. 1337603 heeft het college het plan goedgekeurd.
In het bestemmingsplan "Twee percelen oostzijde Kruishoeveweg" is een planologische regeling opgenomen voor de uit het bestemmingsplan "Stadhouderspark" voortvloeiende natuurcompensatieverplichting. Bij het bestreden besluit nr. 1337607 heeft het college voornoemd plan nagenoeg geheel goedgekeurd.
2.3. De stichting betoogt dat de inwerkingtreding van het plan voor zover het betreft de plandelen die voorzien in de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg en de woningbouw tussen deze weg en de bestaande bebouwing aan de Loyolalaan zal leiden tot onomkeerbare gevolgen voor de Vughtse Heide en de aldaar aanwezige flora en fauna. De stichting voert daartoe aan dat voornoemde plandelen alle geheel of gedeeltelijk zijn gelegen op gronden die zijn aangeduid als Groene Hoofdstructuur (hierna: GHS), terwijl het nut en de noodzaak van de ontsluitingsweg en de woningbouw in dit gebied niet is aangetoond. Voorts wordt betoogd dat het plan in strijd is met het streekplan omdat het zwaarwegend maatschappelijk belang van de weg niet is aangetoond en de door de stichting aangedragen alternatieve wijzen van ontsluiting niet serieus zijn beoordeeld in het alternatievenonderzoek.
[verzoekers sub 2] betogen eveneens dat de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg zal leiden tot onomkeerbare gevolgen voor de Vughtse Heide, waarbij zij erop wijzen dat reeds bouwvergunningen zijn verleend voor de aanleg van de weg. Naar de mening van [verzoekers sub 2] is er onvoldoende onderzoek verricht naar alternatieven voor de ontsluiting van Vught-Noord. In dit verband wijzen zij op een bij de vaststelling van het plan aangenomen motie inhoudende dat ondertunneling van de Loonsebaan met bijbehorend tracé als alternatief voor het huidige tracé op haalbaarheid zou worden onderzocht.
2.4. Wat betreft het spoedeisend belang van de verzoeken van de stichting en [verzoekers sub 2] inzake het bestemmingsplan "Stadhouderspark" wordt het volgende overwogen. Anders dan [verzoekers sub 2] betogen, hebben de bouwvergunningen geen betrekking op gronden in het onderhavige plangebied, maar voorzien de bouwvergunningen in de aanleg van een tunnel op gronden die onderdeel uitmaken van het reeds onherroepelijke bestemmingsplan "Randweg 's-Hertogenbosch". Aan het feit dat deze bouwvergunningen zijn verleend kan derhalve geen spoedeisend belang voor onderhavige verzoeken worden ontleend. Niettemin heeft de raad desgevraagd ter zitting verklaard reeds in oktober 2008 te willen starten met de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg met de bedoeling deze aan te sluiten op de voornoemde, noordelijk gelegen, randweg om de toenemende verkeersdruk in Vught-Noord op te lossen.
2.5. Vaststaat dat als gevolg van het gekozen tracé voor de noordelijke ontsluitingsweg een deel van de Vughtse Heide zal worden doorsneden. Verder staat vast dat de weg voor een deel zal worden aangelegd op gronden die zijn aangeduid als GHS, waarbij een als GHS aangeduide reststrook aan de oostzijde van de weg zal ontstaan. Blijkens het bestreden besluit en het verhandelde ter zitting is, ter geleiding van de noordelijke ontsluitingsweg vanuit het oogpunt van sociale veiligheid, op deze reststrook woningbouw voorzien.
Niet in geschil is dat de aanleg van de weg onomkeerbare gevolgen zal hebben voor het groene en begroeide gebied. Gelet op hetgeen verzoekers hebben aangevoerd met betrekking tot het gekozen tracé van de noordelijke ontsluitingsweg alsmede het onderzoek naar de verschillende alternatieven voor deze weg, is de voorzitter van oordeel dat nader onderzoek naar de afweging van de verschillende belangen noodzakelijk is, waarvoor een voorlopige voorzieningprocedure zich niet leent.
Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding om het besluit van 13 mei 2008, nr. 1337603, te schorsen voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Verkeer" dat betrekking heeft op de noordelijke ontsluitingsweg. Schorsing van dit besluit voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Wonen-1" dat betrekking heeft op de hierboven aangehaalde reststrook, liggend tussen de beoogde noordelijke ontsluitingsweg en de bestaande bebouwing aan de Loyolalaan, acht de voorzitter eveneens noodzakelijk, aangezien, zoals hierboven is overwogen, de bebouwing van de reststrook onlosmakelijk is verbonden met de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg.
2.6. Ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekers sub 2] inzake het bestemmingsplan "Twee percelen oostzijde Kruishoeveweg" wordt als volgt overwogen. Voornoemd plan maakt de aanleg van bosgebied op twee agrarische percelen mogelijk waarmee tegemoet wordt gekomen aan de uit het bestemmingsplan "Stadhouderpark" voortvloeiende natuurcompensatie verplichting. In hetgeen [verzoekers sub 2] ter zitting hebben aangevoerd heeft de voorzitter geen spoedeisend belang kunnen vinden dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de enkele omstandigheid dat verzoekers een andere oplossing voorstaan voor de uit het bestemmingsplan "Stadhouderspark" voortvloeiende compensatieverplichting, hiervoor niet voldoende is.
Gelet hierop dient het verzoek van [verzoekers sub 2] tot het treffen van een voorlopige voorziening inzake het bestemmingsplan "Twee percelen oostzijde Kruishoeveweg" te worden afgewezen.
2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Het in het proceskostenformulier vervatte verzoek van [verzoekers sub 2] om vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand wordt niet ingewilligd, daar uit de stukken noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken van door een erkende rechtsbijstandverlener verrichte proceshandelingen die op grond van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Voorts overweegt de voorzitter dat hij geen aanleiding ziet het college te veroordelen tot vergoeding van de reiskosten van meer dan één persoon.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 13 mei 2008, kenmerk 1337603, waarbij goedkeuring is verleend aan het bestemmingsplan "Stadhouderspark" voor zover het betreft:
- het plandeel met de bestemming "Verkeer" dat betrekking heeft op de noordelijke ontsluitingsweg, en
- het plandeel met de bestemming "Wonen-1" dat betrekking heeft op de reststrook tussen de beoogde noordelijke ontsluitingsweg en de bestaande bebouwing aan de Loyolalaan;
II. wijst het verzoek van [verzoekers sub 2] ten aanzien van het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan "Twee percelen oostzijde Kruishoeveweg" in het geheel af;
III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij [verzoekers sub 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 31,48 (zegge: eenendertig euro en achtenveertig cent); het dient door de provincie Noord-Brabant aan [verzoekers sub 2] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
IV. gelast dat de provincie Noord-Brabant aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) voor de stichting Stichting De Groene Koepel en anderen en € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) voor [verzoekers sub 2] vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van der Sluijs, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Van der Sluijs
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2008
461.